Ton Hilderink | Tekstschrijver

‘Achter mijn toetsenbord ben ik niet te stuiten’

“Kun je schrijven?” De man tegenover me keek me vriendelijk aan. Hij had iets vaderlijks en weemoedigs tegelijk. Ik herinner me zijn naam nog. Cor. Cor Visser.

“Geef me maar een pen”, zei ik overmoedig.

Cor bestierde de redactie van een reeks regiobladen van de Haagsche Courant.
Ik, 19 jaar, en op dat moment werkzaam bij een uitgeverij, was zijn sollicitant. Hij kon mijn stoutmoedigheid waarderen. Een paar dagen later ontving ik een korte brief. Gefeliciteerd. Je kunt dan en dan beginnen als leerling-journalist. Standplaats Delft.

‘Effe checken wat jij opschrijft’

Mijn eerste achtergrondverhaal, met een krachtige ankeiler op de voorpagina, stemde me apetrots. De kilometervreters van het Westland, luidde de titel van mijn reportage over bloementransporten naar Duitsland. Ik ging als undercover mee. In de vrachtwagen, tussen twee potige kerels in. Een ervan trok om de haverklap mijn notitieboekje uit mijn handen. “Effe checken wat jij opschrijft.” Het was verschrikkelijk.

Zat ik eenmaal achter mijn schrijfmachine, dan was ik niet te stoppen. Maar voor razende reporter was ik niet in de wieg gelegd. Toen ik eens als spuit elf bij een brand arriveerde, die op dat moment allang geblust bleek, kon Cor er niet langer onderuit. Het ging hem aan zijn hart, maar ik kreeg een officiële berisping.

Klaar voor het ambachtelijke handwerk

Mijn krantencarrière was kort, maar wat heb ik toen veel geleerd. Koppen maken, intro’s schrijven, inkorten, redigeren, interviewen, informatie verzamelen, tikken in een tempo dat door scherpe deadlines wordt gedicteerd. Ik oefende me als een jonge hond in het ambachtelijke handwerk, al wist ik dat de krant mijn roeping niet was. Schrijven wel.

Na inspirerende ervaringen bij een zakenmaandblad en een vakblad voor meubelfabrikanten en woninginrichters zei ik het bestendige bestaan van de vaste baan vaarwel. Het balletje rolde snel.

Ik schreef relatiemagazines voor ontwerpbureaus en marktonderzoekers, vulde elk kwartaal een glossy voor de Canadese Ambassade, maakte interviews voor personeelsbladen, leverde artikelen aan sponsored magazines en schreef brochures en jaarverslagen voor banken en technologiebedrijven. Te veel om op te noemen. En alles op papier.

‘Ik schrijf geen teksten meer, maar content

Dat is nu, duizenden teksten later, wel even anders. Negentig procent van mijn schrijfsels gaat online. In de vorm van webteksten, digitale magazines, SEO-blogs, commerciële e-mailings en social mediaberichten.

Ik schrijf geen teksten meer, maar content. Voor communicatie- en online marketingbureaus en rechtstreeks voor bedrijven. Over de arbeidsmarkt, investeren in zeescheepvaart, risicomanagement bij verzekeraars en ICT-diensten. Maar ook over vakantievilla’s, kamerplanten en koffiekopjes. Te veel om op te noemen. Vandaag interview ik een installateur van warmtepompen, morgen een hoogleraar datascience. Met evenveel plezier.

Liefde voor het verhaal, liefde voor taal

is er écht zo veel veranderd? Natuurlijk, een verhaal voor het beeldscherm vraagt een andere opbouw dan een tekst voor papier. En ik zet zoekwoorden in mijn teksten, als dat relevant is. Nieuwe media, nieuwe richtlijnen en technieken. Maar de kern is en blijft: liefde voor het verhaal, liefde voor de taal.

Wat is een mens zonder hobby?

Toen Cor Visser, chef van de redactie van de krant waar ik het handwerk leerde, me liet weten dat er een officiële berisping boven mijn hoofd hing, zat hij daar danig mee in zijn maag. Hij kon niet anders. De brand die ik misliep, doordat ik te lang in een gezellig bruin café bleef hangen, was het openingsnieuws van alle concurrerende kranten. Wij hadden niets. Nada. Dat bleef bij de hoofdredactie niet onopgemerkt.

“Jij moet een hobby zoeken, Ton”, zei Cor, vaderlijk bezorgd. “Dat houdt je uit het café en geeft je meer rust.” Hij had natuurlijk gelijk, Cor.

Die rust vond ik. Ik beleef hem dagelijks in mijn werkkamer, in het hart van Frankrijk. Met uitzicht op de heuvels van Saint-Goussaud. Zit ik achter mijn toetsenbord, dan ben ik niet te stoppen. Een hobby vond ik nooit. Schrijven, lezen, wandelen, koken, eten en op zijn tijd een goed glas. Die activiteiten dicteren samen met mijn dagelijkse deadlines het ritme van mijn leven.

Maar dat zijn geen hobby’s. Dat zijn levensbehoeften.