Simpel als De Gaulle

“Eten is een staatsaangelegenheid”, zei Emmanuel Macron plechtig toen hij jongstleden 27 september op het Élysée 180 sterrenchefs ontving. Nooit eerder kwam een vergelijkbaar illuster culinair gezelschap samen op het presidentieel paleis. Macron organiseerde de bijeenkomst als eerbetoon aan de ‘ambassadeurs van de Franse gastronomie’ en liet niet na te benadrukken dat hij de Franse keuken graag inzet als diplomatiek wapen. Het diner ter ere van de 180 topkoks was eenvoudig: oesters in een citroen-, anijs en peterseliecrème; Noorse kreeft met gealcoholiseerde ananas; een soep van artisjokken met zwarte truffel, opgediend in een krokante deegkorst, als hommage aan de 91-jarige grootmeester Paul Bocuse, wiens zoon, Jérôme, ook van de partij was.

Aan tafel met De Gaulle

Franse presidenten hebben wat met eten. Brigitte Macron zei naar aanleiding van het gastronomische samenzijn dat zij en haar man veel chefs persoonlijk kennen, wat hen veel plezier schenkt als er iets te vieren valt. In tegenstelling tot enkele roemruchte voorgangers, is Macron nog niet betrapt op veelvraterij. De socialistische president François Mitterand (1981-1995) spant wat dat betreft nog altijd de kroon. Hij was verzot op oesters en foie gras, werkte maar wat graag een pondje ortolanen naar binnen en at graag in zijn eentje een kloeke pot kaviaar leeg, wat hij rechtvaardigde met de opmerking: “Het was linkse kaviaar”.

De Gaulle – sober en spartaans

De absolute tegenpool van Mitterand – in alle opzichten, dus ook in culinair perspectief – is generaal Charles de Gaulle, de eerste president van de vijfde republiek (1959-1969). Hij stond bekend als uitermate sober en spartaans. Een privémaaltijd duurde wat De Gaulle betreft niet langer dan veertig minuten, een staatsdiner hooguit een uur. Het verhaal gaat dat De Gaulle buitengewoon geïrriteerd raakte toen Hassan II van Marokko, koning van 1961 tot 1999, niet op tijd op het aperitief verscheen, dat voorafging aan een staatsdiner dat te zijner ere was aangericht. De generaal liet de koning een briefje bezorgen met de ondubbelzinnige boodschap dat de hele ploeg zonder hem aan tafel zou gaan als hij niet binnen tien minuten verscheen.

Aan de eetgewoonten van de door velen geliefde generaal is tot eind dit jaar een charmante tentoonstelling gewijd in het Mémorial Charles-de-Gaulle in Colomby-les-Deux-Églises, waar de staatsman begraven ligt. De expositie, À table avec le général de Gaulle, bevat onder meer een decennium aan presidentiële menu’s. Een zeer opvallend exemplaar is het menu ter ere van Son Excellence Monsieur le Président des États Unis d’Amérique et de Madame John F. Kennedy uit 1961. Er moest in een uur tijd heel wat worden weggewerkt: een romige soep; een met tong gevuld bladerdeegtaartje; een schotel met gevogelte en salade en een parfait Viviane, een mousse, zeg maar, op basis van vers fruit, verse room, eieren en een scheutje alcohol.

De Gaulle: “Het is moeilijk om een land te regeren dat 246 kazen heeft”

De Gaulle hield van eenvoud, van de burgerlijke keuken. Gevraagd naar zijn voorkeur voor eten, schijnt hij dikwijls gezegd te hebben: “Als het maar simpel en eerlijk is en ik op mijn bord kan zien wát ik eet.” Liflafjes en fratsen waren aan de karakteristieke generaal niet besteed, aan verspilling had hij een broertje dood. Dat hij al zijn privé-etentjes in rekening bracht van het Élysée was een privilege dat de sobere staatsman, die ooit zei dat het buitengewoon moeilijk is om een land te regeren dat 246 kazen heeft, nooit is nagedragen.