Ode aan het nieuwe leven

Eén kerstlammetje kijkt me uitdagend aan. Als dat maar goed afloopt…

Ode aan het kerslammetje

Wij hebben nog één actieve boer in ons dorp. Hij houdt vleeskoetjes van het Limousin-ras als ‘core business’, maar fokt ook schapen. Voor de subsidie. Op dit moment heeft hij, als altijd, kort voor de kerst, een hok vol lammeren. Ik loop er elke dag even heen om te kijken en wat te mijmeren. Ik zou er maar wat graag een uurtje bij gaan liggen. Het ruikt zo warm en veilig. En dat collectief herkauwen klinkt zo, hoe zal ik het zeggen, zo solidair. Leve het Franse platteland!

Zij hoorden engelen zingen

Gek eigenlijk. Lammetjes associeer ik op de eerste plaats met pasen. Ten onrechte, besef ik. Terwijl ik naar de lammetjes kijk, dwalen mijn gedachten af naar mijn ouderlijk huis in Den Haag. Ik denk aan de kerststal die mijn vader rond deze tijd installeerde aan de voet van de kerstboom. Hij had de bouwkundige elementen van de stal en bijbehorende ster van Bethlehem zelf uit triplex gefiguurzaagd. Het was een soort prefab-stal. De bijbehorende kerstfiguren waren van hard plastic. En daar zaten ook schapen en lammetjes bij. En herders natuurlijk. Die lagen bij nachte. In het veld. Zij hoorden engelen zingen en dachten: ‘kom op, we gaan naar Bethlehem. Eens kijken of daar nog wat te beleven valt.’ Zo gezegd, zo gedaan. In Bethlehem troffen ze het lam Gods. En Maria, die bloosde van weelde, van ootmoed en lieflijke vreugd.

Mij hoor je niet mekkeren

Warme herinneringen stromen door me heen. Ik weet nog hoe we, naarmate we wat ouder werden, mijn vader plaagden met zijn triplex prefab-stal. Dat we het maar een oubollig model vonden. Of het geen tijd werd voor een doorzon-stal. Hij trok zich er niks van aan. Van het Roomse geloof had hij allang zijn buik vol, maar die stal moest en zou er staan met de kerst. Ieder jaar. Hij is al lange tijd aan gene zijde, mijn vader, en soms, als ik mezelf in een flits zie, in een etalageruit bijvoorbeeld, denk ik: daar loopt hij. Ik heb daar vrede mee. Ik hoor de lammetjes van de enige nog actieve boer in ons dorp aandoenlijk kwebbelen. Dit is het feest van het pasgeboren leven! Eentje kijkt me brutaal en uitdagend aan. Dat maakt de boze hongerige wolf in mij wakker. Het vredige beeld van vaders kerststal vloeit over in het beeld van een dampende gigot d’agneau, gemarineerd in zeezout, zwarte peper, honing en tijm en gestoofd in de oven. Knapperig van buiten, rosé van binnen.

Ik denk: mij hoor je niet mekkeren!